BlogBanner

10 vragen aan de maatschappelijk werker. Interview met maatschappelijk werker Francien Meertens

Francien Meertens maatschappelijk werker schisis

Francien Meertens, maatschappelijk werker Sophia kinderziekenhuis Rotterdam.

Mijn naam is Francien Meertens, ik ben 46 jaar en werk sinds 2001 als medisch maatschappelijk werker in het Sophia kinderziekenhuis te Rotterdam. Vorig jaar heb ik de opleiding systeem (= gezins)therapie afgerond. Na mijn middelbare school wilde ik “iets met kinderen doen”. Ik ging naar de toenmalige HBO-Jeugdwelzijnswerk en ging daarna als groepsleidster aan de slag in een kinder- en jeugdpsychiatrisch ziekenhuis. Al snel kwam ik er in dit werk achter dat je kinderen nooit zonder ouders kunt helpen, waardoor ik besloot de opleiding HBO- Maatschappelijk werk te gaan doen.

Na banen bij Jeugdzorg en MEE zag ik deze job in het Sophia kinderziekenhuis. Aangezien ik als kind ook het schisisteam bezocht leek het me heel bijzonder nu aan de “andere kant van de tafel te zitten”. Ik wilde heel graag in het ziekenhuis werken omdat ik verwachtte dat ik andere vragen tegen kwam dan bij mijn werk toen bij MEE. Dit is helemaal uitgekomen. Wat mijn vak leuk maakt zijn de verrassende contacten met ouders, gezinnen maar ook het medisch personeel. Het is elke dag anders en je moet heel flexibel kunnen zijn. Het is heel leuk om mensen door gesprekken “verder te kunnen helpen”.

1. Sommige ouders hebben ongewild moeite om de schisis van hun kind te accepteren. Heb je tips voor hen?

Wees niet te kritisch op jezelf. Het mág best even tijd kosten om dit een plekje te geven. Het gevoel dat je bang bent dit niet te kunnen accepteren vinden ouders vaak moeilijk waardoor zich dit bij wijze van spreken steeds meer uitvergroot. Het is logisch dat je moet leren je te verhouden tot deze situatie. Soms is het blijvend …, denk eens als ouder na over de vraag hoe u zou willen dat uw kind zichzelf ziet. Ik denk dat vrijwel elke ouder toch “het beste voor zijn kind wil” waardoor ik verwacht dat de ouder ook zou willen dat het kind het leert accepteren.

2. Wat kun je als ouder het beste doen wanneer een kind zijn of haar schisis zelf niet accepteert en hier niet over wil praten?

Er kunnen verschillende redenen zijn waarom een kind niet wil praten. Soms is praten nog te moeilijk. Als volwassene los je vaak problemen pratend op en vragen we vaak aan kinderen. Soms is het voor kinderen simpelweg nog te moeilijk om woorden te geven aan iets wat je voelt. Vaak zit onder boosheid het gevoel van verdriet, hoe moeilijk is het om dat als volwassene al te onderscheiden. Een vraag als; “waarom ben je verdrietig?” of “waarom ben je boos?” is vaak al best moeilijk om antwoord op te geven. Daarnaast kan in een waarom vraag onbedoeld een oordeel zitten waardoor kinderen kunnen denken dat het “niet goed is”. Praten is niet de enige manier. Spel is lange tijd de taal van kinderen. Soms kan het helpen om iets uit te spelen.
Het kán goed zijn om als volwassene woorden te geven aan bijvoorbeeld gevoelens die te maken hebben met acceptatie. Door te zeggen; “ik kan me voorstellen dat je het niet leuk vindt dat je er anders uitziet” zijn ouders vaak bang dat ze hun kind “iets aanpraten”. Toch geeft dit vaak het begrip wat kinderen nodig hebben. Wees voorzichtig met alleen opmerkingen als; “je bent goed zoals je bent” of “ik vind je prachtig”…, dat is natuurlijk zo maar daarmee kom je niet altijd bij de beleving van je kind. Als jouw kind het niet prachtig vindt, dan is dat zijn werkelijkheid en kan het goed zijn die werkelijkheid er wel te durven laten zijn.

3. Hoe kun je je kind weerbaarder maken?

Door niet alles voor je kind op te willen lossen en te doen. Laat een kind, zo gauw dat kan, zelf een ijsje bestellen (dus praten), zelf iets vragen of op iemand af stappen. Kijk naar de houding van kinderen in vrije situaties. Oefen op een leuke manier in stevig staan en met stevigheid iets zeggen (spel kan een heel leuk middel zijn). Vraag aan oudere kinderen wat zij zelf als ideeën hebben bij bepaalde situaties en heb vooral ook aandacht voor alle pogingen die een kind daartoe doet. Het geven van complimenten hierover geeft vertrouwen.

4. Veel (toekomstige) ouders van een kind met een schisis zijn bang dat hun kind later gepest zal worden, of gaan hier zelfs al vanuit. Hoe terecht of onterecht is dat, met oog op de Westerse maatschappij waarin uiterlijk een zeer belangrijke rol speelt?

Laat ik stellen dat elke beleving van elke ouder een werkelijkheid is. Als ouders bezorgd zijn over pesten dan is dat op dat moment een werkelijkheid die betekenis geeft. Het is de kunst om met die angst om te leren gaan. Het heeft niet zoveel zin om hier alleen maar bezorgd over te zijn, want dan is elke dag een dag met zorg. Ik begrijp de zorg dan ook wel, maar hoop dat het ouders ook lukt om deze zorg constructief in te zetten. Daarmee bedoel ik; wat kun je nu al doen om je kind zo stevig mogelijk in de maatschappij te krijgen. Aandacht voor weerbaarheid, kinderen laten nadenken hoe ze situaties op kunnen lossen, kinderen laten oefenen hoe te reageren maar ook goed kijken naar hoe je zelf als ouder reageert. Overbeschermen is te begrijpen, maar niet altijd verstandig.
Op onze spreekuren kom ik echter ook veel kinderen en jongeren tegen die lang niet altijd met pesten te maken hebben. Jongeren die hele leuke copingstrategieën hebben gevonden en durven te reageren met een grapje. In die zin zou ik willen zeggen; de angst ervoor is begrijpelijk maar het hoeft niet altijd zo te gaan!

5. Hoe kun je een angstig kind het beste voorbereiden op een operatie?

Voorspelbaarheid is een belangrijke factor. “Kennis is macht” bestaat niet voor niets als spreekwoord. Als je weet wat er gaat gebeuren dan scheelt dat al heel veel. Dit is een belangrijke reden waarom er pedagogisch medewerkers in een ziekenhuis zijn. Zij kunnen kinderen precies uitleggen met voorbeeldmateriaal wat er gebeurt. Als ouder mag je ook aan medisch personeel vragen om te benoemen wat er gaat gebeuren, hoe lang het duurt, wat er vervelend is. Waarmaken wat je zegt is daarbij erg belangrijk. Ook ik weet dat dat niet altijd de realiteit is; het is dan slim om als ouder te zeggen; “dat je niet weet of het zal lukken maar dat je het wel met de dokter zult bespreken”. Bij hele jonge kinderen die nog geen tijdsbesef hebben is het verstandig om niet te ver van te voren te bespreken dat er een operatie gaat plaatsvinden. Als je niet weet hoe lang 2 weken is dan kan het voor een kind voelen als “morgen”. Gebruik daarnaast boekjes die er zijn over operaties. Los van operaties kan bijvoorbeeld het gips happen bij de orthodontist stress geven. Soms kan het helpen om de spatels van te voren te lenen om alvast te oefenen.

6. Hoe kun je als je gepest wordt het beste reageren op pestgedrag?

Dat is best een moeilijke vraag want voor de één werkt “negeren” heel goed en voor de ander “assertief zijn”. Als je eigenlijk wat voorzichtig bent en je gaat voorzichtig assertief zijn dan wil dat nog weleens verkeerd uit pakken. Het is dus de kunst om te zoeken naar wat jouw manier is. Betrek in gesprekken mensen erbij waar kinderen waardering voor hebben. Hoe zou … (naam) dit doen? Hiermee kun je te weten komen wat een manier is die bij kinderen aanspreekt.
De kunst is om anders te reageren dan wat de pester verwacht. Een kwetsbare houding versterkt bij de pester vaak zijn missie …. Begin vooral met niet te geloven in wat de ander zegt. Door de pester niet te geloven geloof je in jezelf en dat is een heel belangrijk begin!

7. Merk je dat over het algemeen schisiseigenaren meer problemen ervaren met de schisis, of zijn het vaker de ouders van kinderen die geboren zijn met een schisis?

Dit is heel wisselend. Je kunt je wel voorstellen dat als een ouder veel problemen met de schisis heeft dit effect heeft op het kind. Daarom hoop ik ook altijd dat ouders, als ze problemen ervaren, hier iets mee durven te doen omdat je daarmee een rustige basis creëert. Als een kind dan later moeilijkheden ervaart wiebel jij als ouder minder. Ik durf niet te zeggen wat ik meer zie.

8. Welke vraag wordt je het meest gesteld op het gebied van schisis? En wat is daarop je antwoord?

Misschien niet het meest maar de laatste tijd wel regelmatig;
Mag ik het mijn kind aandoen dat het met een schisis ter wereld komt??
De laatste jaren weten bijna alle ouders het als hun kindje met een schisis wordt geboren. Het geeft bij ouders vaak de vraag of ze dit hun kind mogen aandoen. Veel ziekenhuis bezoeken, regelmatig opereren, logopedie, beugels en de zorg over sociale omgang….
Ik geef hierop nooit antwoord omdat ik vind dat dit antwoord uit de ouders moet komen. Ik stel wel vragen. Wat de visie van ouders is op ouderschap, wat zij belangrijke waarden en normen in het leven vinden en hoe die zich verhouden tot deze vraag. Wat voor ouders hun kindje zou krijgen. Hoe stevig ouders zichzelf achten om met al deze momenten om te kunnen gaan. Ook vraag ik waar ze bang voor zijn wat hun kind hen later zou kunnen zeggen en wat zij denken wat ze dan zouden antwoorden. In hoeverre ouders het aankunnen/durven om risico’s te nemen. Een risico kan zijn om in het ongewisse te stappen en hoe je daar verantwoordelijkheid voor durft te nemen.

9. Merk je in je werk verschil in omgang met de schisis tussen de jongere en oudere generatie?

Soms. Ik weet dat er oudere mensen zijn waarbij acceptatie bij ouders heel ingewikkeld is geweest en hoeveel dat in het dagelijks leven nog doet. Wat je ook merkt bij volwassen mensen is dat de benadering vroeger in ziekenhuizen wat “harder” was waardoor we nog wel eens volwassenen met forse angstklachten zien. Ik denk dat in de tegenwoordige tijd er in het algemeen meer aandacht is voor de psychosociale factoren. Ook hier kun je niet zeggen dat dat altijd zo is.

10. Heb je een goede tip hoe je zekerder kunt worden over je eigen uiterlijk?

Mijn eigen ervaring is; gooi niet alles op je schisis. Onzekerheid over het uiterlijk hoort er, zeker in de puberteit, erg bij. Probeer te zien wat er wel is en durf dit “vast te pakken”. Je bent meer dan je schisis en ik durf te geloven dat iedereen ook over talenten beschikt die bijzonder zijn. Het is verstandig daar je vertrouwen uit te halen.

BlogBanner

1 reactie

  1. Geachte Mevr Meertens,

    Vroeger, in de jaren 50, werd er alleen naar de operatieve kant van een schisis gekeken. In mijn (extreme) geval werd ik mijn hele jeugd gepest door mijn “broer”die ook een schisis had.
    Hoe ik mentaal met het gepest en het hebben van een schisis moest omgaan, dit is mij helaas nooit verteld.
    Een groot gemis, hoe graag had ik destijds contact willen hebben met een maatschappelijk werkster.
    Helaas worden mensen anno nu nog steeds op hun uiterlijk beoordeeld. U verricht goed werk, er is een grote behoefte aan dat mensen vertrouwelijk met iemand kunnen praten. Laten we allemaal ook beseffen dat een mens méér is dan een schisis.

    Groet van Irene

Laat een reactie achter

Je email adres wordt niet gepubliceerd.Gemarkeerde velden zijn verplicht *

*