BlogBanner

10 vragen aan de klinisch geneticus. Interview met erfelijkheidsdeskundige Charlotte Ockeloen

Mijn naam is Charlotte Ockeloen. Ik ben klinisch geneticus in opleiding in het Radboudumc te Nijmegen. Op 9 juli aanstaande zal ik mijn opleiding afronden en in het Radboudumc werkzaam zijn als klinisch geneticus met als aandachtsgebied craniofaciale afwijkingen (waaronder schisis).

De klinische genetica trok mij aan vanwege de grote diversiteit aan aandoeningen (van aangeboren afwijkingen tot erfelijke vormen van kanker), patiënten (van jong tot oud) en de tijd die je hebt voor je patiënten. Klinische genetica is een heel boeiend vak wat altijd in ontwikkeling is, en wat het extra leuk maakt is het persoonlijke contact met de patiënten. Momenteel ben ik naast mijn opleiding ook bezig met promotieonderzoek naar genetische oorzaken van craniofaciale afwijkingen en hoop hiermee de kennis over het ontstaan van schisis te vergroten.

Charlotte Ockeloen klinisch geneticus erfelijkheidsdeskundige schisis

Charlotte Ockeloen, klinisch geneticus Radboudumc te Nijmegen

1. Waarom is zou je mensen adviseren een erfelijkheidsonderzoek te laten uitvoeren met betrekking tot schisis?

Met een erfelijkheidsonderzoek kunnen we een inschatting maken van de kans op herhaling in een volgende zwangerschap of als iemand met schisis zelf kinderwens heeft. Ook kijken we, of er behalve de schisis meer aan de hand is; wanneer een kind met schisis meerdere aangeboren afwijkingen of bijvoorbeeld ontwikkelingsproblemen heeft, kan er sprake zijn van een syndroom. In dat geval zoeken we naar een (genetische) diagnose. Het hebben van een diagnose kan belangrijk zijn voor de medische behandeling (en ook weer voor de herhalingskans in een volgende zwangerschap). Als schisis bij meerdere mensen in de familie voorkomt kan een erfelijkheidsonderzoek soms antwoord geven op de vraag waarom dit gebeurt.

2. Een risico van een x-aantal procent kans op herhaling zegt toch niet zoveel? Wat heb je daaraan?

Wanneer ouders een kind hebben gekregen met een schisis is één van de meest voorkomende vragen wat de kans is op een kind met een schisis in een volgende zwangerschap. Ook al zegt een cijfer misschien niet zoveel, voor overwegingen rondom een eventuele volgende zwangerschap vinden ouders het vaak belangrijk om te weten hoe hoog het herhalingsrisico is. Het kan voor sommige ouders ook een geruststelling zijn, te weten dat zij een laag herhalingsrisico hebben. Uiteraard is de betekenis van zo’n percentage voor iedereen anders.

3. Waarom spreidt een schisis zich in sommige families uit en wordt het een erfelijke kwestie, terwijl het in andere families tot een enkeling met een schisis beperkt blijft?

Bij de familiaire vormen van schisis (waarbij meerdere mensen in de familie een schisis hebben) spelen erfelijke factoren een grote rol. In deze families is er vaak sprake van een erfelijke aanleg, dat wil zeggen een verandering in het erfelijk materiaal (het DNA) die een hogere kans geeft op schisis. Wanneer iemand de enige in de familie is met een schisis wordt dit veroorzaakt door een combinatie van erfelijke en niet-erfelijke factoren. De niet-erfelijke factoren (omgevingsfactoren) spelen dan een grotere rol.

4. Is er al meer bekend over hoe schisis ontstaat?

Bij de normale ontwikkeling van een foetus tijdens de zwangerschap is er altijd eerst een dubbelzijdige lip-, kaak-, en gehemeltespleet. Normaal groeien de verschillende delen naar elkaar toe en versmelten. Tussen de zesde en negende week van de zwangerschap sluiten de lip en de bovenkaak zich. Tussen de negende en twaalfde week sluit het gehemelte. Als dit niet, of niet volledig gebeurt, blijft er een spleet (schisis) bestaan.

Er kunnen verschillende oorzaken zijn van een schisis:
– erfelijke factoren (met name bij familaire schisis of bij meerdere aangeboren afwijkingen):

  • 1. een verandering in de chromosomen (de dragers van het erfelijk materiaal)
  • 2. een verandering in een gen (een gen codeert voor een erfelijke eigenschap; genen liggen op de chromosomen)
  • – factoren van buitenaf, zoals bepaalde medicijnen of suikerziekte
    – een combinatie van erfelijke factoren en factoren van buitenaf (met name bij een op zichzelf staande schisis, die niet familiair is). Over de precieze aard van de factoren is nog weinig bekend.

    5. Denk je dat er een tijd komt dat men de blokkering die tot een schisis leidt kan voorkomen?

    Momenteel wordt er veel onderzoek gedaan naar hoe een schisis ontstaat. Als we meer weten over de factoren die schisis veroorzaken, kunnen we hopelijk deze kennis in de toekomst bij paren met een verhoogd risico op schisis toepassen en preventieve ‘behandeling’ aanbieden.

    6. Hoe gaat een erfelijkheidsonderzoek in zijn werk?

    Bij een erfelijkheidsonderzoek maken we in de eerste afspraak een stamboom van de familie. Daarnaast zullen we een aantal vragen stellen over zwangerschap, geboorte en de algemene gezondheid. Tenslotten doen we een lichamelijk onderzoek. Wanneer er een DNA-onderzoek of chromosomenonderzoek wordt gedaan (dit is niet altijd het geval) wordt er aansluitend bloed afgenomen. Soms volgt er een tweede afspraak (telefonisch of op de poli) als er een uitslag is van het genetisch onderzoek. Na het afronden van het erfelijkheidsonderzoek krijgen de ouders of patiënt altijd een brief thuis met een verslag van het onderzoek.

    7. Hoe betrouwbaar is de uitslag van een onderzoek naar de kans op herhaling / doorgeven van de schisis?

    De uitslag van dit onderzoek is betrouwbaar, maar dit is altijd afhankelijk van meerdere factoren en wordt dus altijd individueel bepaald door middel van een gericht erfelijkheidsonderzoek.

    8. Hoe ligt de verhouding tussen een op zichzelf staande schisis en schisissen die onderdeel zijn van een syndroom?

    Deze getallen zijn verschillend voor de twee verschillende groepen:

    1. Gespleten gehemelte – ongeveer 50% op zichzelf staand, ongeveer 50% is onderdeel van een syndroom.
    2. Gespleten lip-, kaak-, gehemelte: ongeveer 65% op zichzelf staand, ongeveer 35% is onderdeel van een syndroom. (Bij alleen gespleten lip is dit percentage nog lager, ongeveer 13%).

    9. Waarom worden er in sommige landen in verhouding meer kinderen met een schisis geboren dan in andere landen?

    Dit heeft waarschijnlijk te maken met omgevingsfactoren die de kans op schisis verhogen. Omgevingsfactoren kunnen zijn: voeding, roken, medicijngebruik et cetera.

    10. In hoeverre heeft roken en drankgebruik invloed op het ontstaan van een schisis? Kun je hier iets over vertellen?

    Studies wijzen erop dat roken tijdens de zwangerschap de kans op een kind met schisis verhoogt. Ook het drinken van alcohol tijdens de zwangerschap verhoogt waarschijnlijk het risico op een kind met schisis, maar ook met andere aangeboren problemen, en wordt daarom afgeraden.

    Heb je vragen of opmerkingen na het lezen van dit interview? Laat gerust een reactie achter!

    BlogBanner

    1 reactie

    1. Hallo Charlotte,

      10 vragen, en 10 fantastische antwoorden!
      Begrijpelijk, to the point, nuttig.

      Dank, doe zo voort.
      Carine

    Laat een reactie achter

    Je email adres wordt niet gepubliceerd.Gemarkeerde velden zijn verplicht *

    *